Bomhofsplas: ecologie in kaart brengen
Douwe Schut (Buro Bakker)

Buro Bakker is begin dit jaar gestart met een uniek onderzoek naar hoe de ecologie rondom drijvende zonneparken gestimuleerd kan worden. Voor de Bomhofsplas, een industriële zandwinningplas boven Zwolle, brengt het ecologisch adviesbureau in kaart hoe flora en fauna op een zonnepark reageren.

De Bomhofsplas ligt ten oosten van de Vecht, naast buurschap Haerst en vrijwel uit zicht van voorbijgangers. Afgelopen maart werden de laatste werkzaamheden aan het grootste drijvende zonnepark buiten China afgerond. Jaarlijks kan dit park ruim 7.000 huishoudens van elektriciteit voorzien. Het drijvende systeem heeft GroenLeven zelf ontwikkeld en bestaat onder andere uit glas-glas panelen die in grote lichtstraten zijn geplaatst. Dat zorgt ervoor dat het zonlicht en lucht het oppervlaktewater blijft raken. Zowel de gemeente als GroenLeven zetten hier het ecologische aspect centraal. Zo wordt de biodiversiteit versterkt door biohutten te plaatsen, korven van hout en schelpen die op één tot twee meter diep in het water liggen waarin jonge vis opgroeit. Ook heeft zij Buro Bakker opdracht gegeven voor een onderzoek naar biodiversiteit op de zandwinningplas met het zonnepark.

VOGELS EN VISSEN

‘Over de ecologische effecten van zonneparken op zandwinplassen is op dit moment niets bekend’, zegt Douwe Schut, projectleider bij Buro Bakker. ‘We onderzoeken zo breed mogelijk, van fytoplankton en planten tot vissen en vogels, boven water en onder water. Eenden en ganzen broeden en foerageren hier, soms midden op de plas. Verlaten ze de locatie door plaatsing van zonnepanelen of passen ze zich juist aan? En hoe dan?’

FOTOSYNTHESE

Hoewel er voldoende ruimte voor licht is, kan het park volgens Schut effecten op de fauna hebben. ‘Zonnepanelen kunnen leiden tot minder fotosynthese onder het oppervlaktewater, met als gevolg een afnemende voedselbeschikbaarheid. Aan de andere kant zouden bepaalde vissoorten dekking onder de panelen kunnen zoeken terwijl verminderde golfwerking door het park gunstig kan zijn voor oeverplanten en libellen. We meten dat op verschillende momenten, afhankelijk van de levenscycli van flora en fauna. Vissen kunnen heel oud worden, andere soorten hebben een kortere cyclus en reageren sneller op een veranderende leefomgeving.’

Een andere vraag is of en hoe een zonnepark de groei van fytoplankton en oeverplanten beïnvloedt. Schut: ‘uit de aquatische ecologie is bekend dat een ecosysteem van diepe plassen wordt bepaald door overgang van koud naar warmer water, de sprong-laag. Welke invloed heeft het zonnepark op de watertemperatuur? En hoe pakt dat uit voor het waterleven?’

VLEERMUIZEN

De projectleider verwacht dat vanaf de schemering vleermuizen over de plas vliegen: ‘sommige vliegen boven het water, andere meer aan de oever. Met een of twee infraroodcamera’s en een batdetector (die sonar geluiden naar menselijke frequenties omzet) willen we de veranderingen in hun gedrag vastleggen.’