Wij zijn bereikbaar
Bereikbaar van 08:30 tot 17:00 Bel 058 - 799 0000
Wij zijn bereikbaar
Bereikbaar van 08:30 tot 17:00 Bel 058 - 799 0000

Hoe kunnen we klimaatverandering afremmen?
Bart Verheggen (Klimaatwetenschapper UvA) en Jan Rotmans (Professor transitiekunde Erasmus Universiteit)

Hoe kunnen we verdere antropogene klimaatverandering afremmen? Bart Verheggen, klimaatwetenschapper aan de Universiteit van Amsterdam, en Jan Rotmans, professor transitiekunde aan de Erasmus Universiteit, geven een analyse.

Verheggen houdt zich al jaren met antropogene klimaatverandering bezig, eerst als onderzoeker naar fijnstof, sinds 2008 ook als invloedrijk blogger over de onzin van klimaatsceptici die juist een rem op de energietransitie willen gooien. Volgens hem heeft hun argumentatie zich in enkele fasen ontwikkeld: ‘klimaatverandering wordt niet door de mens veroorzaakt’ en ‘het is niet zo erg’ tot ‘het is te duur om er iets aan te doen’. Gaandeweg hebben klimaatsceptici hun argumenten aangepast. Met cherry picking, zogenaamde experts en onlogische conclusies. 

DROGREDENERINGEN 

‘Neem nu eens dat CO2 goed voor de plantengroei is’, zegt hij. ‘Deels is dat juist, planten nemen inderdaad CO2 op. Wie breder kijkt, ziet waar de redenering de mist in gaat. Omgevingsfactoren als de beschikbaarheid van water spelen vaak een bepalende rol. Bovendien: om welke planten gaat het? Vaak zijn het snelgroeiende grassen die de biodiversiteit eerder verlagen dan verbeteren. Klimaatsceptici zijn vaak wetenschappers die geen expertise in de klimaatwetenschappen hebben. En dat het klimaat altijd verandert waarmee de mens dus ook nu niets mee te maken heeft, is een onlogische conclusie. Een brandstichter kan zich ook niet vrijpleiten door erop te wijzen dat bosbranden van nature voorkomen.’

SLUIPEND PROCES 

In tegenstelling tot het coronavirus – onmiddellijk en levensbedreigend – is klimaatverandering een sluipend proces dat afwacht en later toeslaat. ‘Het is een veelomvattend probleem’, vervolgt Verheggen, ‘met als gevolg veranderende weerspatronen, verspreiding van ziekten, verminderde voedselopbrengsten en te weinig of teveel water. Landen die drie jaar op een rij misoogsten hebben of door meerdere orkanen worden getroffen, voelen het aan den lijve. Ook wordt de habitat van insecten, muggen en teken steeds groter, met ziekten tot gevolg. Als we klimaatverandering niet afzwakken, dan rijzen de problemen straks de pan uit.’

KOSTEN EN BATEN 

Niets doen is de kop in het zand steken. ‘Investeringen worden als kosten gezien terwijl de baten niet worden meegenomen’, zegt Verheggen. ‘Zelfs als alle aangesloten landen de beloften van ‘Parijs’ inlossen, krijgen we met een globale temperatuurstijging van pakweg drie graden Celsius te maken. Op zeker moment betreden we ‘terra incognita’ en worden we met onbeheersbare geopolitieke spanningen geconfronteerd.’

Technisch-economisch blijkt het mogelijk om de CO2 uitstoot in 2070 naar nul te brengen en klimaatverandering binnen de afgesproken twee graden te houden. Wat volgens hem ontbreekt, is politieke wil, leiderschap en maatschappelijke druk. Verheggen meent dat we nu alle zeilen moeten bijzetten: ‘denk aan minder energieconsumptie, betere landbouw en bosbeheer, kernenergie, bio CCS (afvang en opslag van CO2 uit stook van biomassa red.) en veel meer duurzame energiebronnen.’

MORELE PLICHT

Jan Rotmans, hoogleraar transitiekunde aan de Erasmus Universiteit en gepromoveerd op het eerste integrale klimaatmodel IMAGE in 1985, deelt die analyse maar vindt het zijn morele plicht om optimistisch te blijven: rampspoed verkondigen zet niemand in beweging. Rotmans: ‘Wereldwijd zie je nu steeds meer rechtszaken en acties tegen klimaatverandering. Zonder ingrijpende maatregelen zal de bom wel binnen tien jaar barsten. Extreme droogte en hittegolven van de laatste jaren hebben velen wakker geschud. De uitvoering van ‘Parijs’ blijft echter achter bij de ambities: een krachtig klimaatbeleid vraagt om leiderschap. Toen ik 35 jaar geleden met klimaatonderzoek begon, was er amper bewustzijn over dit onderwerp, nu voltrekt zich een transitie van bewustzijn naar gedragsverandering.’

Rotmans ziet, over de horizon, enkele systeemcrises opdoemen. Eerst en vooral sociaaleconomisch. ‘Armen worden het meest getroffen, zowel in de EU als in Azië en Afrika. Sommige megasteden aan de kust, waar nu al ruim helft van de wereldbevolking woont, krijgen met temperaturen van meer dan 55 graden te maken. Die worden bijna onleefbaar. Ook zullen steeds grotere migratiestromen optreden. Systeemcrises zorgen ervoor dat vijf à tien procent van de mensen zijn gedrag zal veranderen. Als het kantelpunt van 25 procent is bereikt, dan kan de resterende 75 procent relatief snel gaan.’

COÖPERATIES

De hoogleraar betwijfelt dat de coronacrisis tot een systeemtransformatie zal leiden. ‘Het is naïef om te veronderstellen dat alles anders wordt. Wel kan een crisis een transitie versnellen, als die aansluit bij een diepere verandering. De oude economie wordt met veel geld en moeite overeind gehouden en de CO2 uitstoot neemt nu af maar na de crisis zullen we een boemerangeffect krijgen en neemt de uitstoot van broeikasgassen weer toe. Wel zie ik de energietransitie steeds sterker vormen aannemen. Een fors deel moeten we nu investeren in de nieuwe, groene economie, zoals het voorgestelde plan voor de ‘Green Deal’ van de EU. De opkomst van energiecoöperaties versnelt die transitie. Bijna vijfhonderd coöperaties oefenen druk op het bedrijfsleven en de politiek uit, eerst met wind, later met PV en nu met warmtenetten. Via energiecoöperaties kunnen mensen daadwerkelijk betekenis geven aan participatie.’

ONDERWIJS

Volgens Rotmans is het maar matig gesteld met kennisoverdracht. ‘Het onderwijs moet hierin een vitale rol vervullen door meer aandacht voor duurzaamheid. Als ik echter naar mijn eigen universiteit kijk, zie ik dat duurzaamheid in veel gevallen niet in het curriculum wordt aangeboden, en al helemaal niet bij bedrijfskunde en economie, terwijl het een kernvak zou moeten zijn. Hoe kan je nu een systeemtransformatie bewerkstelligen als je amper weet wat de basisbegrippen zijn en niet leert na te denken? Daarin valt nog een grote slag te maken.’