Ga naar homepage
058-799 0000
tot 17.00
Zonnepark en biodiversiteit
Over de bloemetjes en de bijtjes

Hoe zonnepanelen, biodiversiteit en ecologie hand in hand gaan

Laten we het eens over de bloemetjes en bijtjes hebben. Nee, dan bedoelen we niet dát, maar de flora en fauna rond zonneparken in Nederland. Hebben die geen last van zonnepanelen? En de bodem en het water, hoe varen die erbij? Allemaal logische vragen die de komst van een zonnepark oproept. Gelukkig zijn er innovaties die zonnebronnen natureproof maken. Onderzoeken laten ook zien dat de effecten van zonnepanelen op de biodiversiteit en ecologie beperkt zijn. Sterker nog: ze helpen een handje.

Steeds vaker komen krantenkoppen voorbij over de invloed van een zonnepark op biodiversiteit, ecologie en landschap. Veel ecologen en natuurbeschermende organisaties maken zich zorgen, en soms worden zelfs kamervragen gesteld over de komst van zonneparken. De angst is dat een gebrek aan zonlicht en regenwater de bodem uitput, wat slecht is voor insecten en vogels. Maar dat hoeft niet, zolang je een zonnepark goed aanpast op het landschap.

De rol van locatie

Het hangt er ook vanaf wáár je een zonnepark plaatst. Als we een drijvend zonnepark boven het Great Barrier Reef zouden bouwen, zou dat natuurlijk grote gevolgen hebben. De natuurwaarde is hier veel te groot: er zijn veel soorten planten en dieren en de plek heeft een bijzonder ecosysteem. Niet de handigste locatie dus. Maar een locatie met een lagere natuurwaarde, zoals geoxideerde veengrond die minder vruchtbaar is, is wel geschikt. Dan levert de komst van een zonnepark juist veel voordelen op voor de natuur.

Dat de komst van een zonnepark invloed heeft op de natuur staat vast. Onder zonnepanelen valt bijvoorbeeld minder licht en regen. Maar het ligt aan de inrichting van de ruimte en het ontwerp van het zonnepark wat voor invloed dit heeft op de natuur. Wanneer je bijvoorbeeld een open opstelling creëert, met ruimte tussen de panelen, is dit al veel beter voor het ecosysteem.

Drijvend zonnepark Bomhofsplas

Zonneparken verrijken de natuur

Een goed voorbeeld is het drijvende zonnepark op de Bomhofsplas in Zwolle, het grootste drijvende zonnepark van Europa. Dit park is gebouwd met lichtdoorlatende zonnepanelen die in clusters zijn geplaatst. Dit laat lichtstraten open, zodat licht en lucht het water bereiken. Bovendien is het park niet gebouwd op een natuur- of recreatieplas, maar op industrieel water. Als kers op de taart zijn er aan de rand van het drijvende zonnepark biohutten geplaatst. Deze biohutten beschermen visjes, die zich hier nestelen. Bij de Bomhofsplas – en alle andere drijvende zonneparken van GroenLeven – wordt de natuur de komende jaren gemonitord om het effect van de panelen te bekijken.

In een ander zonnepark, bij Hoogengraven, is de natuur op een andere manier verrijkt. We hebben hier een haag met inheemse heesters (minimaal 2 meter hoog) en andere planten aangeplant. Zo past het zonnepark naadloos in de groene omgeving. Aan de zuidzijde is een bloemrijk grasland ingezaaid: een feest voor de insectenpopulatie. En het gras eens in de zoveel tijd maaien? Dat doen de schapen, dus die machinemaaier kan binnenblijven.

En bij zonnepark Oosterwolde zijn er natuurvriendelijke oevers, houtsingels en waterpoelen aangelegd. Dit is goed voor de amfibieën, libellen en moerasplanten bij het park. De grond tussen de panelen is ingezaaid met een mengsel van kruidenrijk grasland en inheemse bloemen: zo krijgen de insectenpopulatie en andere biodiversiteit een boost.

Onderzoeken

Een onderzoek van Clarkson and Woods and Wychwood Biodiversity (The Effects of Solar Farms on Local Biodiversity; A Comparative Study) liet ook zien dat dit soort maatregelen de natuur bevordert. Zij onderzochten locaties met zonnepanelen waar veel aandacht besteed was aan biodiversiteitsmanagement. Denk daarbij aan het inzaaien van diverse gras- en kruidensoorten, verminderd gebruik van bestrijdingsmiddelen, en een duurzaam maaibeleid. Het resultaat: een duidelijke toename in biodiversiteit op de locatie.

Maatregelen die de natuur bevorderen zijn een voorwaarde geworden bij de komst van zonneparken. In de Gedragscode Zon op Land van Holland Solar is opgenomen dat een zonnepark er niet eerder komt dan wanneer de locatiekeuze en de vormgeving meerwaarde bieden voor de omgeving. Voor de omwonenden, want die moeten meeprofiteren. Voor de natuur, want die moet erop vooruitgaan. De bodemkwaliteit moet goed blijven, zodat de grond na de levensduur van het zonnepark nog gebruikt kan worden.

Het zit er dik in dat deze zonneparken binnenkort bekroond worden met een ecocertificering. Het project Solar EcoCertified kreeg onlangs 2,6 miljoen euro subsidie toegekend. Daarmee ontwikkelen de Wageningen University & Research (WUR), TNO, Eelerwoude, Holland Solar en NL Greenlabel een ecocertificaat voor zonneparken met een ecologische meerwaarde.

Zonneparken – zonde van het landschap?

Toch blijft de roep voor een stop op zonneparken groot, want het is zonde van het landschap. Or is it? Tuurlijk, we ontwikkelen dubbelfuncties en zonnedaken alsof het water is. Maar dat is niet genoeg om de doelen uit het Klimaatakkoord te halen en de opwarming van de aarde af te remmen. Zonne-energie op land (maximaal 0,4% van het oppervlak in Nederland) is de oplossing.

En dat gaat écht niet zoveel ruimte innemen als die 1 miljoen nieuwe woningen (1,5% van het oppervlak). Volgens een analyse van de Wageningen University & Research blijkt dat de energietransitie in 2050 de minste ruimte in zal nemen in het landschap. Bovendien gebruiken we geen vruchtbare grond voor zonne-energie, maar ecologisch schrale grond. En waarom ook niet, als een zonnepark juist bevorderend werkt voor de natuur?