Floating en agri-pv: ‘Lage subsidie overheid vertraagt grootschalige uitrol zonnepanelen met dubbelfunctie’
Solarmagazine editie september 2021

Geplaatst op: 15-09-2021

De Haagse en lokale politiek heeft er de mond vol van: zonneparken moeten landschappelijk ingepast worden en dubbelruimtegebruik wordt voor zon op land in meer en meer gemeenten een harde randvoorwaarde. Maar wat mag dat dubbelruimtegebruik eigenlijk kosten? ‘Op dit moment niets extra’s’, luidt de harde conclusie van Willem de Vries en Willem Biesheuvel van GroenLeven na een aantal succesvolle proeven met zonnepanelen boven zachtfruit en de realisatie van de eerste 10 drijvende zonneparken.

Piet Albers had in 2019 voor GroenLeven de primeur: zonnepanelen boven zachtfruit. Waar Albers in Babberich frambozen kweekt, teelt Rini Kusters enkele tientallen kilometers westelijker – eveneens in de Betuwe – rode bessen. Momenteel is 1,5 hectare van het areaal van de fruitteler in Wadenoijen overkapt met zonnepanelen. Komend kalenderjaar wordt dit uitgebreid tot 3,7 hectare.

Geen luizen en schimmels

Samen met andere fruittelers in de regio is de teler dan ook een ware ambassadeur voor agri-pv. Gek is dat niet, want Kusters’ rodebessenstruiken produceren meer bessen onder de zonnepanelen, omdat ze beter beschermd zijn tegen hitte, hagel en regen. De problemen die er wel zijn, ziet hij bovendien vooral als kinderziekten. ‘Op hete dagen is het onder de zonnepanelen 10 graden koeler dan in de volle zon en mijn planten zijn bij extreme regenval veel beter beschermd. Vroeger was ik de dag na een storm uren aan het timmeren om reparaties uit te voeren aan de houten stellages met folie. Dat is nu niet meer nodig. Verder is het blad van de plant harder en hebben we geen last van luizen, wantsen en van schimmels als meeldauw’, stelt hij tevreden vast. En zijn buren? Die zijn volgens hem ook enthousiast. ‘Mijn directe buurman maakt nog gebruik van foliekassen en dat ziet er minder fraai uit. De ruimtelijke kwaliteit gaat dus omhoog.’ 

20.000 hectare

Nederland telt zo’n 20.000 hectare grond die benut wordt voor de fruitteelt. Peren zijn goed voor 10.000 hectare, appels voor 6.000 hectare en zachtfruit – van blauwe en rode bessen tot frambozen en bramen – voor een kleine 2.000 hectare. ‘En al dat zachtfruit is het spreekwoordelijke laaghangende fruit voor de uitrol van zonnepanelen’, stelt Willem de Vries, binnen GroenLeven coördinator van alle agri-pv-projecten. ‘Als je alle fruitteelt in Nederland zou overkappen met zonnepanelen bedraagt de potentie 16 gigawattpiek.’ De Vries is ervan overtuigd dat het enthousiasme van Albers en Kusters collega-telers in de komende jaren massaal over de streep zal trekken om ook zonnepanelen te laten installeren boven hun fruit. ‘De resultaten die de eerste telers boeken, zijn simpelweg veelbelovend. De rodebessenplanten brengen meer op, frambozenstruiken leveren hetzelfde op als voorheen, aardbeien en bramen produceren minder vruchten. Een proef met blauwe bessen is momenteel in volle gang.

Optimale afstemming

Daar waar de teeltresultaten tegenvallen, volgen nieuwe proeven met zonnepanelen die meer licht doorlaten. De proef met aardbeien vond bijvoorbeeld plaats onder relatief donkere omstandigheden waardoor de opbrengst lager was. De Vries: ‘Door bij deze eerste groep agri-pv-projecten de optimale afstemming tussen opbrengsten van de teelt en die van de zonnepanelen vast te stellen – hiertoe meten we de temperatuur, luchtvochtigheid en lichtinval – plukt de volgende groep telers letterlijk de vruchten.’

Minder stroomopbrengst

Waar een ‘standaard’ zonnepark ruimte biedt aan 1,2 megawattpiek zonnepanelen per hectare is dat in het geval van fruitteelt maximaal 0,8 megawattpiek zonnepanelen per hectare. Dat komt doordat ieder zonnepaneel met minder zonnecellen wordt uitgerust om meer licht door te laten. Toch zit hier ook de pijn, want het installeren van de zonnepanelen is duurder en de opbrengst is lager. Als direct gevolg is de subsidie lager, want die wordt per opgewekte kilowattuur uitgekeerd. De oplossing? De Vries: ‘Maak in de subsidieregeling SDE++ een aparte categorie voor agri-pv of geef toestemming om subsidie aan te vragen binnen de categorie voor dakgebonden pv-systemen. Dat zou de terugverdientijd wezenlijk kunnen reduceren, want die zit nu op 15 à 17 jaar, terwijl de subsidieduur 15 jaar is.

m toch voldoende rendement te behalen, blijven de zonnepaneeloverkappingen 25 jaar bij de telers staan.’ Dat de Tweede Kamer een motie heeft aangenomen voor onderzoek naar kwaliteitsbudget voor de ruimtelijke inpassing van zonneparken, is een eerste opsteker. Maar vooralsnog ook niet meer dan dat. Want in de subsidievoorwaarden voor de SDE++ 2021 en ook in het advies van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) voor de SDE++ 2022 wordt met geen woord gerept over het kwaliteitsbudget. En dat steekt, volgens De Vries. ‘Het eerlijke antwoord is dat agri-pv-projecten enkel haalbaar zijn als de subsidie omhooggaat of de randvoorwaarden verbeterd worden. Vooralsnog is er binnen de SDE++ echter alleen maar sprake van meer concurrentie en wordt de subsidie juist afgebouwd.’

Floating

Waar de businesscase van agri-pv fl ink wat uitdagingen kent, is die voor een andere vorm van dubbelruimtegebruik – drijvende zonnepanelen – al een stuk fl orissanter. Toch zijn er ook bij fl oating pv nog volop uitdagingen. Willem Biesheuvel, binnen GroenLeven projectmanager drijvende zonneparken, ziet vooral de toenemende congestie op het stroomnet als een bedreiging. ‘Onze technologie voor fl oating pv is marktrijp, maar het aantal geschikte locaties is enigszins beperkt. Nederland telt weliswaar duizenden ongebruikte zandwinplassen en baggerdepots, maar op steeds meer plaatsen is het stroomnet vol. Een van de zaken die wij onderzoeken is daarom het lokaal opslaan en direct gebruiken van de opgewekte energie bij het winnen van zand.’ Een van de nieuwste, tot de verbeelding sprekende, drijvende zonneparken van GroenLeven is zonnepark Uivermeertjes, gerealiseerd op een zandwinplas nabij Deest in de gemeente Druten. ‘Dit zonnepark kent een aantal noviteiten’, vertelt Biesheuvel. ‘Het is bijvoorbeeld het eerste drijvende zonnepark waar we riet- en planteneilanden hebben geplaatst om vogels, maar ook amfi bieën aan te trekken en zo de fl ora en fauna te verbeteren. Bij het zonnepark op de Bomhofsplas in Zwolle hebben we weer een andere proef uitgevoerd en zijn biohutten geplaatst om de vispopulatie te stimuleren.

Onderzoek door ecologen heeft daar laten zien dat het zuurstofgehalte onder de drijvende zonnepanelen op een goed niveau blijft, net als in het omringende water. Onze constructie – met onder meer speciale lichtstraten – is ook zo ontworpen dat continu voldoende licht en lucht het wateroppervlak bereikt.’

Vogelpoep

Misschien een leuke twist: wie denkt dat drijvende zonneparken vogels wegjagen heeft het mis. Op een groot aantal zonnepanelen is vogelpoep te vinden. Biesheuvel: ‘Gelukkig is de opbrengstvermindering door vogelpoep te verwaarlozen. Het verlies is zelfs zo gering, dat het niet loont om de zonnepanelen meermaals per jaar te reinigen. De zonnepanelen op water brengen sowieso 5 procent meer stroom op dan op land. Deels door de verkoeling van de zonnepanelen, maar ook door de weerkaatsing van het zonlicht op het water die de werking van de zonnepanelen versterkt.’ Het zonnepark in Druten is gesitueerd op het diepste deel van de plas. Om dit mogelijk te maken, heeft GroenLeven voor het eerst een elektriciteitskabel laten installeren die gedeeltelijk onder water loopt. Op deze manier wordt ander gebruik van de plas niet gehinderd. Als Sagrex, onderdeel van de Heidelberg Cement Group, over enkele jaren ‘klaar’ is met zandwinning en de omvang van de waterplas is verdubbeld, wordt het drijvende zonnepark mogelijk uitgebreid. ‘Het opgesteld vermogen wordt dan waarschijnlijk verdubbeld. Niet alleen door de extra ruimte die we benutten, maar ook door het snel toenemende vermogen van zonnepanelen. Bij onze eerste drijvende zonneparken installeerden we zonnepanelen van 365 wattpiek per stuk. Anno 2021 is dat vermogen al gestegen naar 530 wattpiek. Ook dat is tekenend voor de innovatie die in de zonne-energiesector almaar plaatsvindt…’