Wij zijn bereikbaar
Bereikbaar van 08:30 tot 17:00 Bel 058 - 799 0000
Wij zijn bereikbaar
Bereikbaar van 08:30 tot 17:00 Bel 058 - 799 0000

Jonge stemmen in de energietransitie; “We moeten geen ‘jongerenvinkje’ worden”
In gesprek met Dagmar de Wilde, Jong RES Arnhem Nijmegen

Geplaatst op: 11-06-2021

De energietransitie is niet meer weg te denken uit onze maatschappij. Vanuit verschillende hoeken van het land komen plannen voor verduurzaming, zodat we onze doelen uit het Klimaatakkoord kunnen halen: de Regionale Energiestrategieën (RES). Dit doen we voor een betere, gezondere en duurzamere leefomgeving voor de generatie(s) die na ons komt. Juist daarom is het zo ontzettend belangrijk om deze generatie mee te laten denken én beslissen in de inrichting van ons duurzame land. “Als jongeren beseffen we ons dat er echt iets moet gaan veranderen als we in deze wereld willen blijven leven,” vertelt Dagmar de Wilde (24), vertegenwoordiger van de RES-regio Arnhem Nijmegen bij Jong RES. 

Jong RES Nederland is een gezamenlijk initiatief van de Jonge Klimaatbeweging (JKB) en de Klimaat en Energie Koepel (KEK) om jongerenparticipatie voor de Regionale Energie Strategie te bevorderen en te organiseren voor jongeren en young professionals. Dagmar is vertegenwoordiger in de RES-regio Arnhem Nijmegen. Dagmar: “Ik heb Bestuurskunde gestudeerd, en vanuit de studie heb ik altijd al een grote interesse gehad in duurzaamheid. Denk aan onderwerpen zoals het duurzaam opwekken van energie en klimaatadaptatie. Via een kennis kwam ik in contact met Jong RES, waar zij een positie open hadden voor ‘vertegenwoordiger'; voor mij een uitgelezen kans om mijn intrinsieke motivatie om te zetten in actie.” 

Dagmar ziet namelijk dat er steeds meer roep ontstaat voor de invloed van jongeren in de energietransitie. “Er was echter nog geen partij die daar echt voor streed. In het RES-proces wordt veel geluisterd naar de stakeholders, maar een stakeholder voor onze generatie was er nog niet. Daarom werd Jong RES in het leven geroepen. De stem en de houding van de jongeren ten aanzien van het verduurzamen van Nederland is zeker niet de minst belangrijke. Wij zijn de generatie die ook na 2030 of 2050 Nederland duurzaam moeten maken én houden. Wij vinden het daarom zo belangrijk dat we juist nu die invloed krijgen in de besluitvorming; als we nu niet ons maximaal inzetten om de gestelde doelen te halen wordt het voor ons een lastige opgave later in de tijd.” 

Momenteel zijn de leden van Jong RES Nederland op verschillende manieren betrokken bij de ontwikkeling van de RES’en. Zo zitten de vertegenwoordigers van de Jong RES-regio's aan participatietafels, bij bestuurlijke overleggen of stakeholderintermezzo's en hebben geregeld contact met de werkorganisatie van de RES. Dagmar: “Toch vind ik dat we nog niet voldoende inspraak hebben in alle plannen. Ik denk dat we moeten voorkomen dat we het ‘jongerenvinkje’ worden. Het moet geen formaliteit worden om de jongeren iets te laten zeggen over verduurzaming, er moet écht wat mee gedaan worden.” 

Daarom vindt Dagmar het ook zeker gerechtvaardigd als de vertegenwoordigers van Jong RES een vaste zetel krijgen aan de besluittafel. “Als ik kijk hoe we zijn betrokken bij het opstellen van de RES’en 1.0 hebben we overduidelijk stappen gezet, maar hebben we niet voldoende mogelijkheden gekregen om echt met bestuurders te spreken. Binnenkort worden de RES 1.0-plannen echter ingediend en dient de volgende ontwikkelingsfase zich aan; voor ons dé kans om ons echt te vestigen in de besluitvormingskring. Aan ons de opdracht om ons als groep nog verder te ontwikkelen; we zijn nog jong en kunnen nog een mooie groei doormaken.” 

Er zijn in Nederland ontzettend veel jonge mensen die een intrinsieke motivatie hebben voor duurzaamheid en de energietransitie, maar die het niet zien zitten om in traditionele settings als vergadertafels en bijeenkomsten in zaaltjes zich te laten horen. “Deze jongeren kloppen aan bij Jong RES om hun stem vertegenwoordigd te krijgen. Onze groep in Arnhem Nijmegen, die uit mensen van 12-18 jaar en 18-35 jaar bestaat, is momenteel bezig met het opzetten van een panel om ieder lid uit de steeds groter wordende groep een plekje te geven.” 

Want juist de jongeren vinden het doodnormaal dat er een zonnepark of windmolens in hun omgeving wordt gebouwd. Onlangs sprak Nienke Homan, gedeputeerde van Groningen, zich daarover uit in het Dagblad van het Noorden. 'Bij energietransitie hoor je alleen de hardste schreeuwers. Jongeren vinden het prima', kopte het stuk. Ze noemt het een ‘generatieding’. Dat blijkt ook uit een onderzoek van I&O research. Zij concludeerden dat gemiddeld 69,4% van de jongeren (erg) positief tegenover de komst van hernieuwbare energie staat, zoals zonnevelden op land of water, zonnedaken en windmolens op land en water. Dat betekent niet dat het resterende percentage tegen is; gemiddeld 19,3% staat er neutraal in.  

Dagmar ziet ook een kloof tussen de generaties: “Je hoort wel erg veel geluid tegen de plannen en die stemmen vinden over het algemeen de gemeente sneller. Zij weten hoe ze hen moeten toespreken. Wij vinden als jongeren verduurzaming vanzelfsprekender dan de generaties voor ons en werpen veel minder weerstand op. Maar ook wij zijn van mening dat er goede afwegingen gemaakt moeten worden bij de komst van hernieuwbare energiebronnen voor bijvoorbeeld biodiversiteit en maatschappij. Daar zijn oplossingen voor, en wij willen graag betrokken worden bij het vinden van de juiste toepassing. Wij beseffen ons beter dan welke generatie dan ook dat er echt wat moet veranderen als we in deze wereld willen blijven leven.” 

Als Dagmar kijkt naar 2030 and beyond, merkt ze op dat we daar enkel kunnen komen met een sterker landelijk beleid. “Het is een ontzettend goed streven om verduurzamingsplannen lokaal of regionaal op te stellen, maar je mist nu wel een grote lijn. Hoe gaan we om met weerstand die nu de energietransitie kan vertragen? En hoe past innovatie binnen de Nederlandse bijdrage aan de Europese doelen? Daarvoor is echt landelijk beleid nodig. Nu, richting 2030 en ook voor de periode tot 2050. Want momenteel doen we het lang niet zo goed als dat we zouden willen. Het zou fijn zijn dat ons nieuwe kabinet met een proactieve houding op het gas trapt.” 

Dagmar: “Het zou het allermooiste zijn dat als ik in 2050 als 50+’er in een Nederland leef dat onafhankelijk is geworden van fossiele brandstoffen. Dat we als Europa, Nederland of zelfs lokaal eigen, duurzame energie opwekken en klimaatadaptatie, waterpeil en circulariteit helemaal in de vingers hebben. Want ik vind dat duurzaam ook echt duurzaam moet zijn. We mogen op termijn wel een duurzaamheidskeurmerk introduceren!”  

Om dat te bereiken is er dus echt werk aan de winkel, vindt Dagmar. “We moeten als Nederland niet de illusie hebben dat we het allemaal wel even alleen gaan waarmaken, maar we moeten wel een voorbeeldrol hebben. Laten we niet afwachten tot andere landen de heilige graal hebben gevonden; we hebben in Nederland - in alle lagen van de bevolking - voldoende motivatie en daadkracht om een duurzaam statement te kunnen maken.”