Blog | Zuilen voor het duurzame dak bouw je niet zonder fundament
Over de harmonie tussen regionale en landelijke plannen voor verduurzaming

Geplaatst op: 22-06-2021

It giet it oan. De energietransitie en klimaatverandering krijgen steeds meer een podium in Nederland. Ons land is druk bezig plannen te maken en potentiële vertragende factoren in kaart te brengen. De tools? Hernieuwbare energiebronnen zoals zonne-energie en windenergie. De toolbox? Klimaatakkoord en de Regionale Energiestrategieën (RES’en). Maar het gaat nog niet snel genoeg; we lopen achter op onze doelstellingen. Is er wel sprake van een goede harmonie tussen regionale plannen en landelijke coördinatie?  

In 2019 werd het Klimaatakkoord gepubliceerd, naar aanleiding van de gemaakte klimaatafspraken in Parijs op wereldniveau, waar het kabinet zich achter schaarde. Één van de afspraken in ons Klimaatakkoord was dat er in Nederland dertig energieregio's aangewezen werden die onderzoek gingen uitvoeren waar en hoe het beste duurzame energie opgewekt kon worden. De bijbehorende bevindingen, keuzes en het ‘bod aan duurzame energie’ wordt beschreven in de Regionale Energiestrategieën (RES’en). Het gezamenlijke doel: minimaal 35 terawattuur aan duurzame energie opwekken in 2030. 

Afgelopen jaar werden de eerste concept-RES'en aangeboden aan het kabinet en het Klimaatakkoord. In de eerste maanden van 2021 heeft PBL de plannen laten doorrekenen om te onderzoeken of met de biedingen van de regio's de gestelde doelen uit het Klimaatakkoord wel konden worden gehaald. Het bleek dat de regio's grote bereidheid toonden om grootschalige duurzame energie op te wekken; bij elkaar opgeteld leidden de plannen tot een bod van 52,5 terawattuur. Een verdere verkenning leverde een inschatting van hernieuwbare energieproductie in 2030 op met een bandbreedte van 31,2 tot 45,7 terawattuur. 

Toch was de conclusie minder positief dan het op het eerste oog leek: het is allerminst zeker dat de doelen gehaald worden met de huidige plannen. Een groot aandeel van het bod bestond uit de productie uit bestaande installaties of projecten waarvoor de middelen al beschikbaar waren. De andere helft bestaat uit ambities die nog concreet gemaakt moeten worden. De realisatiegraad hiervoor blijkt bijzonder onzeker volgens PBL: onzekerheden rondom ruimtegebruik, draagvlak, energiesysteemefficiëntie en de benodigde investeringen in het elektriciteitsnet kunnen roet in het eten gooien. Iets wat inmiddels vaker voorkomt dan ons of het klimaat lief is.  

Daar komt bij kijken dat de klimaatdoelen moeten worden verhoogd. Deze druk komt van alle kanten. Europa verhoogt de doelen, er moeten extra maatregelen komen om niet gehaalde doel van 2020 aan te pakken en de jongere generatie laat tegenwoordig haar stem ook meer horen, zo bleek uit een interview met Dagmar de Wilde, Jong RES. Want de volgende generaties moeten niet hoeven opdraaien voor de remmende voeten van tegenwoordig. En laten we niet vergeten dat nu niet inzetten op duurzame energie ons jaarlijks veel geld gaat kosten, omdat we duurzame energierechten uit het buitenland moeten kopen om een Europese boete te voorkomen. Laat staan de 4.800 miljard dollar schade door klimaatverandering, die voor rekening van de perifere landen zal komen. Dat geld kunnen we beter besteden aan duurzame projecten in ons eigen land. 

Alle RES-regio's zijn momenteel druk bezig om de concept-RES'en uit te schrijven tot de RES 1.0. Hierin wordt concreter gemaakt wat het bod aan zonne- en windenergie gaat worden van de regio's, hoe en waar dit gerealiseerd moet gaan worden. Voor 1 juli a.s. moeten deze RES’en 1.0 aangeboden worden aan het Nationaal Programma RES. De regio's hebben de kans om hun bod ten opzichte van de conceptversies te verhogen. In sommige regio's zien we dit terug. Zo verhoogde regio West-Overijssel het bod met 60% meer zonnepanelen op daken dan oorspronkelijk gepland. Andere regio's houden vast aan hun bod, zoals de regio Friesland, die zich sceptisch opstelt tegen de komst van zonne-energie in de regio. 

De vraag blijft of het geboden aandeel duurzame energie uiteindelijk voldoende zal zijn, of het wel een toekomstbestendig bod is. Want aan 35 terawattuur gaan we lang niet genoeg hebben. Stuurgroep Extra Opgave berekende dat er minimaal 45 terawattuur extra opwek nodig gaat zijn in de toekomst voor de groeiende vraag naar energie vanuit alleen al de industrie- en waterstofsector. Hoe je het ook wendt of keert; met de huidige koers gaan we de doelen nu niet halen, in de toekomst niet halen. 

Is het aan de dertig energieregio's om dit haalbaar te maken? Dat zij erbij betrokken moeten worden is duidelijk, maar de door PBL genoemde obstakels moeten opgelost worden met goed landelijk beleid. De RES’en zijn de zuilen die het duurzame dak gaan dragen. En die zuilen bouw je niet op open grond; die bouw je op goed fundament, die de energietransitie moet versnellen en de RES’en uitvoerbaar moeten maken. Die fundering is echter nog wankel. En van die landelijke coördinatie komt over het algemeen nog te weinig van terecht komt om écht eens goed uit te halen met onze duurzame resultaten. Lange vergunningstijden, veel discussie en debat waarbij opvallend veel apen en beren op de weg gezien worden. Tijd dus voor het nieuwe kabinet om proactief op het gas te trappen: bijvoorbeeld door netbeheerders meer ruimte te geven, bouwbesluiten aan te passen voor zon op dak of vergunningstermijnen voor het uitbreiden net in te korten. De wapening ligt er, maar het beton moet nog gegoten worden.